TEKSTVERWIJZING SOS TELEFOONNUMMERS 

(deel 2)

Online Bijbel (N.B.G. vertaling)

Psalm 23

1 Een psalm van David. De Here is mijn herder, mij
ontbreekt niets;
2 Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij
voert mij aan rustige wateren;
3 Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij in de rechte
sporen om zijns naams wil.
4 Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik
vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij; uw stok en
uw staf, die vertroosten mij.
5 Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van
wie mij benauwen; Gij zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
6 Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen al de
dagen van mijn leven; ik zal in het huis des Heren
verblijven tot in lengte van dagen.

terug naar SOS eenzaam en bang

1 K o r i n t h i ë r s 1 3

1 Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en
der engelen sprak, maar had de liefde niet, ik ware
schallend koper of een rinkelende cimbaal.
2 Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle
geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al
het geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik
had de liefde niet, ik ware niets.
3 Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeel-de,
en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te
worden verbrand, maar had de liefde niet, het
baatte mij niets.
4 De liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren,
zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet
opgeblazen,
5 zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet
toe.
6 Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is
blijde met de waarheid.
7 Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij,
alles verdraagt zij.
8 De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieen, zij
zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen ver-stommen;
kennis, zij zal afgedaan hebben.
9 Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen
ons profeteren.
10 Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkome-ne
afgedaan hebben.
11 Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde
ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik
een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kin-derlijk
was.
12 Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadse-len,
doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu
ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle ken-nen,
zoals ik zelf gekend ben.
13 Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie,
maar de meeste van deze is de liefde.

terug naar SOS bitter en kritisch of

terug naar SOS vertrouwen in mensen kwijt

Kolossensen3 : 12 - 17

12 Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen
en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid,
nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
13 Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de
een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de
Here u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
14 En doet bij dit alles de liefde aan, als de band der
volmaaktheid.
15 En de vrede van Christus, tot welke gij immers in
een lichaam geroepen zijt regere in uw harten; en
weest dankbaar.
16 Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat
gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en
met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen
zingende, Gode dank brengt in uw harten.
17 En al wat gij doet met woord of werk, doet het
alles in de naam des Heren Jezus, God, de Vader,
dankende door Hem!

terug naar SOS geheim voor geluk

2 Korinthe 5 : 15- 19

15 daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor
allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En
voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven,
niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor
Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.
16 Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het
vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend
hebben, thans niet meer.
17 Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping;
het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is geko-men.
18 En dit alles is uit God, die door Christus ons met
Zich verzoend heeft en ons de bediening der ver-zoening
gegeven heeft,
19 welke immers hierin bestaat, dat God in Christus
de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun
hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij
ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd.

terug naar SOS begrip voor christenzijn

Romeinen 8 : 31

31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als
God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

terug naar SOS niet meer zien zitten

Mattheüs 11 : 25 - 30

25 Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U,
Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze
dingen voor wijzen en verstandigen verborgen
hebt, doch aan kinderkens geopenbaard.
26 Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest
voor U.
27 Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader
en niemand kent de Zoon dan de Vader, en nie-mand
kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon
het wil openbaren.
28 Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en
Ik zal u rust geven;
29 neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben
zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust
vinden voor uw zielen;
30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

terug naar SOS rust en vrede

Psalm 90

1 Een gebed van Mozes, de man Gods. Here, Gij zijt
ons een toevlucht geweest van geslacht tot
geslacht;
2 Eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en
wereld hadt voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot
eeuwigheid zijt Gij God.
3 Gij doet de sterveling wederkeren tot stof, en
zegt: Keert weder, gij mensenkinderen.
4 Want duizend jaren zijn in uw ogen als de dag van
gisteren, wanneer hij voorbijgegaan is, en als een
nachtwake.
5 Gij spoelt hen weg; zij zijn als een slaap in de
morgen, als het gras dat opschiet;
6 In de morgenstond bloeit het en het schiet op, des
avonds verwelkt het en het verdort.
7 Want wij vergaan door uw toorn, door uw grim-migheid
worden wij verdelgd;
8 Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze hei-melijke
zonden in het licht van uw aanschijn.
9 Want al onze dagen gaan voorbij door uw verbol-genheid,
wij voleindigen onze jaren als een
gedachte.
10 De dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren,
en, indien wij sterk zijn, tachtig jaren; wat daarin
onze trots was, is moeite en leed, want het gaat
snel voorbij, en wij vliegen heen.
11 Wie kent de sterkte van uw toorn, en uw verbol-genheid,
naardat Gij te vrezen zijt?
12 Leer ons zo onze dagen tellen, dat wij een wijs
hart bekomen.
13 Keer weder, o Here! Hoelang nog? en ontferm U
over uw knechten.
14 Verzadig ons in de morgenstond met uw goeder-tierenheid,
opdat wij jubelen en ons verheugen al
onze dagen.
15 Verheug ons naar de dagen waarin Gij ons hebt
verdrukt, naar de jaren waarin wij onheil hebben
gezien.
16 Laat uw werk aan uw knechten openbaar worden,
en uw heerlijkheid over hun kinderen;
17 De liefelijkheid van de Here, onze God, zij over
ons, en bevestig Gij het werk onzer handen over
ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat.

terug naar SOS grote wereld

Romeinen 8 : 1 - 30

1 Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in
Christus Jezus zijn.
2 Want de wet van de Geest des levens heeft u in
Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde
en des doods.
3 Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak
was door het vlees - God heeft, door zijn eigen
Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde
gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld
in het vlees,
4 opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons,
die niet naar het vlees wandelen, doch naar de
Geest.
5 Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de
gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest
zijn, hebben de gezindheid van de Geest.
6 Want de gezindheid van het vlees is de dood,
maar de gezindheid van de Geest is leven en
vrede.
7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijand-schap
is tegen God; want het onderwerpt zich niet
aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet:
8 zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
9 Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de
Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont.
Indien iemand echter de Geest van Christus niet
heeft, die behoort Hem niet toe.
10 Indien Christus in u is, dan is wel het lichaam
dood vanwege de zonde, maar de geest is leven
vanwege de gerechtigheid.
11 En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de
doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij,
die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft,
ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn
Geest, die in u woont.
12 Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar
niet van het vlees, om naar het vlees te leven.
13 Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij ster-ven;
maar indien gij door de Geest de werkingen
des lichaams doodt, zult gij leven.
14 Want allen, die door de Geest Gods geleid wor-den,
zijn zonen Gods.
15 Want gij hebt niet ontvangen een geest van slaver-nij
om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvan-gen
de Geest van het zoonschap, door welke wij
roepen: Abba, Vader.
16 Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen
Gods zijn.
17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen:
erfgenamen van God, en medeerfgenamen van
Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is
dat om ook te delen in zijn verheerlijking.
18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de
tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijk-heid,
die over ons geopenbaard zal worden.
19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schep-ping
op het openbaar worden der zonen Gods.
20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid
onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van)
Hem, die haar daaraan onderworpen heeft,
21 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van
de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal
bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid
der kinderen Gods.
22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schep-ping
in al haar delen zucht en in barensnood is.
23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, wij, die de
Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten
bij onszelf in de verwachting van het zoonschap:
de verlossing van ons lichaam.
24 Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop,
die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men
hopen op hetgeen men ziet?
25 Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien,
verwachten wij het met volharding.
26 En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp;
want wij weten niet wat wij bidden zullen naar
behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met
onuitsprekelijke verzuchtingen.
27 En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling
des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God
voor heiligen pleit.
28 Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewer-ken
ten goede voor hen, die God liefhebben, die
volgens zijn voornemen geroepenen zijn.
29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook
tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het
beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou
zijn onder vele broederen;
30 en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij
ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen
heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerecht-vaardigd
heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

terug naar SOS zekerheid

Psalm 121

1 Een bedevaartslied. Ik hef mijn ogen op naar de
bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?
2 Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde
gemaakt heeft.
3 Hij zal niet toelaten, dat uw voet wankelt, uw
Bewaarder zal niet sluimeren.
4 Zie, de Bewaarder van Israel sluimert noch slaapt.
5 De Here is uw Bewaarder, de Here is uw schaduw
aan uw rechterhand.
6 De zon zal u des daags niet steken, noch de maan
des nachts.
7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw
ziel bewaren.
8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren
van nu aan tot in eeuwigheid.

terug naar SOS van huis

Psalm 67

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm. Een
lied.
2 God zij ons genadig en zegene ons, Hij doe zijn
aanschijn bij ons lichten; [sela]
3 Opdat men op aarde uw weg kenne, onder alle
volken uw heil.
4 Dat de volken U loven, o God; dat de volken alteg-ader
U loven.
5 Dat de natien zich verheugen en jubelen, omdat
Gij de volken in rechtmatigheid richt, en de natien
op de aarde leidt. [sela]
6 Dat de volken U loven, o God, dat de volken alteg-ader
U loven.
7 De aarde gaf haar gewas, God, onze God, zegent
ons;
8 God zegent ons, opdat alle einden der aarde Hem
vrezen.

naar SOS beperkt of egoïstisch

Jesaja 55

1 O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die
geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt,
koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.
2 Waarom weegt gij geld af voor wat geen brood is
en uw vermogen voor wat niet verzadigen kan?
Hoort aandachtig naar Mij, opdat gij het goede
eet en uw ziel zich in overvloed verlustige.
3 Neigt uw oor en komt tot Mij; hoort, opdat uw
ziel leve; Ik zal met u een eeuwig verbond sluiten:
de betrouwbare genadebewijzen van David.
4 Zie, Ik heb hem tot een getuige voor de natien
gesteld, tot een vorst en gebieder der natien.
5 Zie, een volk dat gij niet kendet, zult gij roepen,
en een volk dat u niet kende, zal tot u snellen ter
wille van de Here, uw God, en van de Heilige
Israels, omdat Hij u verheerlijkt heeft.
6 Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden; roept
Hem aan, terwijl Hij nabij is.
7 De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige
man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here,
dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze
God, want Hij vergeeft veelvuldig.
8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en
uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord
des Heren.
9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde,
zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn
gedachten dan uw gedachten.
10 Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel
neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar door-vochtigt
eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar
en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaai-er
en brood aan de eter,
11 Alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat,
ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren,
maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbren-gen,
waartoe Ik het zend.
12 Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede
geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen
voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des
velds zullen in de handen klappen.
13 Voor een doornstruik zal een cypres opschieten,
voor een distel zal een mirt opschieten, en het zal
de Here zijn tot een naam, tot een eeuwig teken
dat niet uitgeroeid zal worden.

terug naar SOS grote uitvinding/kans