Waarom zou ik
nog zeggen: "Dat kan ik niet," als in de
Bijbel staat: "Ik vermag alle dingen in Hem, die
mij kracht geeft"(Fil. 4:13)?
Waarom zou ik
nog iets tekort komen, als ik weet dat God in al mijn
behoeften naar zijn rijkdom heerlijk zal voorzien in
Christus Jezus? (Fil. 4:19)?
Waarom zou ik
bang zijn, als in de bijbel staat dat God mij geen
geest van lafhartigheid heeft gegeven, maar een geest
van kracht, liefde en bezonnenheid (2 Tim. 1:7)?
Waarom zou ik
denken dat ik te slecht ben; ik weet toch dat God mij
een bepaalde mate van geloof heeft toebedeeld (Rom.
12:3)?
Waarom zou ik
zwak zijn, als de Bijbel zegt dat de Here mijn sterkte
is, en dat ik sterk zal zijn en daden doen, omdat ik
God ken (Ps. 27:2; Dan. 11:32)?
Waarom zou ik
mijn leven laten beheersen door Satan; ik weet toch
dat Hij die in mij is meerder is dan die in de wereld
is (1 Joh. 4:4)?
Waarom zou ik
nederlagen voor lief nemen, als er in de Bijbel staat
dat God mij altijd naar de overwinning leidt (2 Kor.
2:14)?
Waarom zou ik
wijsheid tekort komen, als Christus voor mij Gods
wijsheid is geworden en God mij wijsheid geeft als ik
Hem erom vraag (1 Kor. 1:30; Jak. 1:5)?
Waarom zou ik
neerslachtig zijn, als ik mij Gods liefde, zorg,
medelijden en trouw kan herinneren; dat geeft mij hoop
(Klaagl. 3:21-23)?
Waarom zou ik
me zorgen maken, als ik al mijn bekommernissen op
Christus kan werpen, want Hij zorgt voor mij (1 Petr.
5:7)?
Waarom zou ik
een gevangene zijn, als ik weet dat ik door de Heilige
Geest vrij ben (Gal. 5:1)?
Waarom zou ik
me afgewezen voelen, als er in de bijbel staat dat ik
niet veroordeeld ben omdat ik in Christus Jezus ben (Rom.
8:1)?
Waarom zou ik
me eenzaam voelen; Jezus heeft immers gezegd dat Hij
altijd met mij is en mij niet zal begeven, noch
verlaten (Matt. 28:20; Heb. 13:5)?
Waarom zou ik
me vervloekt voelen of terneergeslagen; in Galaten
3:13,14 staat toch dat Christus mij vrijgekocht heeft
van de vloek der wet, opdat ik de belofte van de
Heilige Geest ontvangen zou?
Waarom zou ik
ontevreden zijn, als ik, net als Paulus, kan leren
genoegen te nemen met de omstandigheden waarin ik
verkeer (Fil. 4:11)?
Waarom zou ik
mij onwaardig voelen, als Christus voor mij tot zonde
gemaakt is, opdat ik gerechtigheid Gods in Hem zou
worden (2 Kor. 5:21)?
Waarom zou ik
aan achtervolgingswaanzin lijden; niemand kan immers
tegen mij zijn, als God voor mij is (Rom. 8:31)?
Waarom zou ik
verward zijn? God is geen God van wanorde, maar van
vrede. Door de Geest die in mij woont, geeft Hij mij
wijsheid (1 Kor. 14:33; 2:12).
Waarom zou ik
mezelf als een mislukkeling zien? Door Christus ben ik
in alles een overwinnaar (Rom. 8:37).
Waarom zou ik
mij door het leven terneer laten drukken? Jezus heeft
de wereld overwonnen; dat geeft mij moed (Joh. 16:33).