|
NEDERIGHEID door Pastor Michel Meeuws (aflevering 38)
Het is eigenlijk een vreemde situatie. Jezus zit midden in zijn bediening en we worden weer geconfronteerd met Johannes de Doper. Hij was de voorbereider van de komst van Jezus, hij had een leven van toewijding achter de rug. En nu was hij vanwege het feit dat hij de waarheid niet uit de weg wilde gaan gevangen genomen door Herodes de viervorst. (Mt.14) Hij was wel de voorbereider van de komst van Jezus maar hij kon uiteindelijk niet aanwezig zijn bij al wat Jezus zei en deed. Wat kon Jezus anders doen dan door de discipelen van Johannes te vertellen dat er wonderen gebeurden met de zieken, de zwakken en de armen van de samenleving. Stel je voor dat je een christen bent, dat je weet dat door je doen en laten, dat door je woorden en door wie je bent je een getuigenis van Jezus bent. En stel je voor dat je op een bepaald moment in je leven zo diep komt te vallen of ergens in de put zit. Wat zou het dan voor je kunnen betekenen dat Jezus je wijst op de dingen die Hij doet en wie Hij is? Ik verbaas mij keer op keer als ik de verhalen van Open Doors lees over christenen in landen waarin zij vervolgd worden. Ondanks dat zij lichamelijk en geestelijk ontzettend veel hebben te lijden komen zij, als ze vrijgelaten worden, als christen vaak nog sterker uit de gevangenis dan toen zij er in gingen. Zij getuigen dan van een wonderlijke aanwezigheid en rust van Jezus waardoor zij bemoedigd werden om de hoop niet op te geven. En je kunt zo vaak de hoop zo makkelijk op geven. Als je gekweld wordt door lichamelijk of geestelijk lijden, door eenzaamheid of veel geestelijke verwarring, als je het niet meer ziet zitten in het leven of er komt gewoon teveel op je af wat je niet allemaal op een goede manier kan verwerken dan is het juist zo belangrijk dat je iets van Jezus hoort of ziet. Iets van een bemoediging wat Hij doet. Iets van een rust waar je op dat moment misschien niet eens meer in geloofde. Iets van een blijk van waardering waar je al zo lang naar uitkeek en die je maar niet kreeg. En opeens overkomt het je, zomaar, ineens. Misschien op een moment waar eigenlijk de twijfels de overhand kregen. Misschien op een moment dat je zelfs gevoelens van kritiek en boosheid had en dat je God dingen ging verwensen die je eigenlijk niet wilde maar die je kwijt moest. Ineens is daar iets van Jezus dat je doet beseffen dat je niet alleen bent, in die gevangenis, in dat huis, in die situatie, in dat lijden. En dan kun je alleen maar stil worden en snappen dat zoiets een zalig moment moet zijn, dat moment dat je geen aanstoot aan Jezus hebt maar Hem zo diep mogelijk en zo lang mogelijk wilt omarmen.
|