NEDERIGHEID

door Pastor Michel Meeuws

(aflevering 32)

Mattheüs 10 : 1 - 8

‘En Hij riep zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hen macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen. En dit zijn de namen van de twaalf apostelen: vooreerst Simon, genaamd Petrus, en Andreas, zijn broeder; en Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broeder; Filippus en Bartolomeüs; Tomas en Matteüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs en Taddeüs; Simon de Zeloot en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft. Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hen, zeggende: Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen; begeef je liever tot de verloren schapen van het huis van Israël. Gaat en predikt en zegt: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen. Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebben jullie het ontvangen, geeft het om niet.’

 

Het is duidelijk dat de discipelen in de bediening van Jezus mochten wandelen. Israël was hun zendingsgebied en zij kregen de macht om te genezen. De tekst geeft alleen niet aan of zij die bediening ook met dezelfde bewogenheid als Jezus uitvoerden en of zij ook onderwijs mochten toepassen. Wat dat betreft waren zij nog vrij onkundig. Jezus was immers hen nog aan het onderwijzen.

Wat dat betreft leek het echt op een stage zendingswerk. Ze kregen de macht om wonderen te verrichten, zij mochten dingen verkondigen die Jezus hen getoond had, maar hoe zouden de mensen die zij ontmoetten reageren? Wellicht zouden die veel meer willen weten dan de informatie die de discipelen zelf voorradig hadden. Jezus was er niet bij. Zij zouden waarschijnlijk genieten van de wonderen, maar ook tot de ontdekking komen dat er meer is dan de verkondiging alleen. Achter die verkondiging zit namelijk een basis aan kennis en ervaring die het fundament van Jezus’ waarheid vormt.

De woorden: ‘om niet hebben jullie het ontvangen, geeft het om niet’, geven dit ook weer. De macht die zij gekregen hadden was een macht die zij zelf niet konden ontwikkelen. De macht die zij kregen was de kracht van God Zelf, de kracht van het Leven. En om die kracht te begrijpen hoort vooral een stuk bewustzijn van het feit wie God is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij doet. En dan komen we tot de ontdekking, zoals de apostel Paulus in 1 Kor.13:12 zegt: ‘Want nu zien wij nog door een spiegel in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben.’

En dan denkt u, hoe kom je nu aan zo’n gedachte n.a.v. dit tekstgedeelte?

Ten eerste valt het mij op dat die discipelen, persoonlijk naam bij naam genoemd worden, net zoals God ons naam bij naam kent.

Vervolgens besef je als christen dat je soms ook behoorlijk in het diepe kan gegooid worden in dit leven. Je weet dat God met je is, we weten weinig van de kracht die ook aan ons is meegegeven en toch maken we zo af en toe best wel eens een wonder mee. We komen er vaak achter dat onze kennis behoorlijk onvolkomen is, vooral als er vragen komen waar we zelf ook nog niet uit zijn en misschien wel nooit zullen uitkomen. En toch werden die discipelen er op uit gestuurd, en zo ook wij. Maar toch anders.

Sinds de komst van de heilige Geest mogen we bidden om kracht, mogen we bidden om kennis, mogen we bidden om rust en Hij wil ons dat schenken. Sinds de komst van de heilige Geest staan we er absoluut niet meer alleen voor. En dat kan reuze handig zijn als je je onwennig of onprettig voelt. Als je weet dat je een situatie niet aankan maar door het bewustzijn van het feit dat Hij met je is…… ja dan kun je net als David zeggen: ‘Met mijn God spring ik over een muur.’

 

 Nederigheid:

Weten dat de kracht die je gegeven is, gegeven is, en niet van jezelf komt. Dat de situatie die moeilijk is, niet door eigen kracht, maar door Zijn Geest, overkomelijk is.