SAMEN DELEN

 

 

GETUIGENIS "GODSERVARING"

ingezonden door:

Vera Haesebeyt

Toen ik op 13 januari ’95 naar Mali vertrok, was dat met gemengde gevoelens. Mijn grootmoeder was terminaal ziek en ik voelde me echt schuldig. Schuldig omdat ik vertrok op een moment dat mijn grootmoeder me nodig had en in een periode dat ik veel voor mijn grootmoeder kon doen. Toen ik de avond voor mijn vertrek afscheid nam, wisten we allebei dat dit een definitief afscheid was, en dat deed pijn. Ik had het gevoel dat ik mijn grootmoeder in de steek liet.
Vanuit San belde ik een paar keer naar huis om te vragen hoe het met mijn grootmoeder was, en steeds hoorde ik dat het slechter ging. Op 19 februari stierf mijn grootmoeder.
Op 21 februari telefoneerde ik naar mijn moeder, een moeilijke telefoon. De begrafenis was voor 25 februari.
Ik had het er moeilijk mee, maar ik kreeg nog meer te verwerken.
Op 24 februari deden we in de namiddag 4 aidstesten. Over twee testen durfden we ons niet uit te spreken en na wat over en weer gepraat zei Suzy : "moest dat nu mijn test zijn, wat zou ik zeggen… "  In plaats van de testen opnieuw te doen, besloten we bij elkaar bloed te nemen en onze eigen test te doen.
Terwijl Suzy in het magazijn aan het werk was, deed ik de testen. Ik was er op voorhand 100% zeker van dat de testen allebei negatief zouden zijn. Ik nummerde de testen, zonder er een naam op te zetten. Tot mijn grote verbazing bleek mijn test positief te zijn. Ik twijfelde geen moment aan het resultaat. Een positieve aidstest is eigenlijk negatief, want dit betekent dat je besmet bent met het aids-virus.
Ik ging met de beide testen bij Suzy, zonder iets te zeggen. Zonder te weten welke test van wie was, zei ze juist hetzelfde : nr.1 duidelijk zwak positief, nr.2 negatief. Met direkt erachter de vraag : « van wie is de positieve ? » Van mij ! !
Suzy had er al spijt van dat ze voorstelde om onze eigen test te doen.
Ik was er toch eventjes ondersteboven van, maar liet het niet merken.
‘s Avonds kwam Suzy nog even op mijn kamer vragen hoe het was…goed… maar ik deed die nacht geen oog dicht. Ik wou Suzy echter geen slapeloze nacht bezorgen, maar achteraf beschouwd en Suzy beter kennende, weet ik dat ze die nacht waarschijnlijk ook niet veel sliep.
De dag erop, zaterdag 25 februari, was dan de begrafenis… Het was voor mij allemaal teveel.
Het uur van de begrafenis heb ik me teruggetrokken en ben ik aan het water op een boomstronk gaan zitten. Ook al was ik kilometers ver, in gedachten was ik erbij.
‘n Namiddags zat ik op mijn kamer op mijn bed toen Suzy binnenkwam. Toen hebben we samen gepraat. Suzy zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Het kon niet dat mijn test positief was. Volgens Suzy was er geen enkele reden waarom ik positief zou zijn. Ze zei nog : «  Blijf er niet over piekeren, twijfel er niet aan, want dan wordt je leven een hel. Dan ga je gaatjes boren… Misschien moet jij vandaag voor jezelf echt de beslissing nemen om het af te geven en te vertrouwen op Hem , die van ons houdt. »
Gemakkelijker gezegd dan gedaan. !

Ik had het moeilijk met de houding van Suzy. Ik wist zeker dat ze geen moment zou twijfelen om te zeggen dat de test positief was, als het de test was geweest van één van de patiënten. Ik had het moeilijk met het feit dat Suzy de test in twijfel trok, enkel en alleen omdat het mijn test was.
Daar zat voor mij het grootste probleem, want we hadden geen van beide ook maar één moment getwijfeld bij het aflezen van het resultaat van de test.

Ik probeerde het los te laten, maar het lukte niet. Telkens opnieuw bleef die onrust en twijfel me overvallen.
Ik zag bijna dagelijks aids-zieken en wist wat me te wachten stond. Die positieve test was zo goed als een doodvonnis. Ik zag al in gedachten het aftakelingsproces… ik had mijn langste tijd op aarde wel gehad…
Ik had mijn bijbel mee maar ik kreeg hem niet meer open.
Zo ging de tijd verder. Sommige dagen ging het vrij goed, andere dagen ging het helemaal niet. Maar ik zweeg….
Tot die maandag, 20 maart. We waren toen al 4 weken verder.
Voor het eerst nam ik terug mijn bijbel ter hand, en ik sloeg hem open op een willekeurige bladzijde.
Het eerste wat ik las was : 1 Kor. 10, vers 13

«  En God is getrouw, die niet zal gedogen dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt. »

Dat was echt de Heer die tegen mij sprak, en ik voelde een verschrikkelijke last van mijn schouders vallen. Ik voelde me echt 100 kg lichter wegen.
Ik voelde ook plots zo’n innerlijke rust en warmte…. Een gevoel dat eigenlijk niet te beschrijven is ! Een goddelijk gevoel waar geen woorden voor zijn.
Maar het was zalig ! ! !Wat mij vooral trof ,was : de tekst zei niet : »je bent niet positief, je moet je geen zorgen maken…Nee !
Maar : als het zo is, dan zal je het ook aankunnen. De Heer zal er voor zorgen dat ik het aan kan. Hij zal mensen op mijn weg zetten die me helpen om het te dragen….Ik word nooit erger beproefd dan hetgeen ik aankan…. Dat gaf me zo’n vredig en rustig gevoel. Op dat moment was ik er rotsvast van overtuigd dat ik op Hem kon vertrouwen, dat ik er niet alleen voor stond.
Ik voelde me een héél ander mens, ondanks het feit dat ik nog altijd met die positieve test zat.
Een wonder.

Uiteindelijk , eind april, deed ik mijn test opnieuw en toen was hij negatief. Toen dacht ik : er zal een slechte test tussen gezeten hebben. Maar achteraf beschouwd : op die 4 jaar hadden we misschien 5 vals positieve testen en we deden toch bijna dagelijks aidstesten. Het was dus toch wel heel ‘toevallig’ dat uitgerekend mijn test vals positief bleek te zijn. Maar ik geloof niet in toeval.
Ik ben er zeker van dat God een bedoeling had met die test.
Mijn geloof stond misschien wel op een laag pitje en ik zat nog volop in een ander moeilijk verwerkingsproces.
(seksueel misbruik )

Ondertussen zijn we ruim 6 jaar verder, maar die ervaring die ik die bewuste maandag in maart had, die raak ik nooit meer kwijt.
Ik blijf er rotsvast van overtuigd dat Hij er altijd is en dat Hij ons nooit erger beproeft dan hetgeen we kunnen dragen.
Dat bijbelvers is de leidraad geworden, een houvast in mijn leven. Door de jaren heen is die overtuiging nog sterker geworden.

Wat er in mijn leven ook nog zal gebeuren : er zullen altijd mensen zijn die een stuk weg met mij meegaan, die me zullen dragen op moeilijke momenten.
Dat heb ik ook duidelijk mogen ervaren in het verwerkingsproces van seksueel misbruik. Ook daar heeft God wonderen gedaan. Zonder hem zijn we niets, kunnen we niets. Als we ons door hem laten leiden, dan doet Hij wonderen in ons leven.
Wat er ook gebeurt : God is bij mij. Ik sta er nooit alleen voor !
Daar leef ik nu nog van, en daar zal ik ook altijd verder van leven. Daarvoor was die goddelijke ervaring te sterk ! Het is een deel van mijn leven geworden. Een deel van mezelf.
Moest ik morgen te horen krijgen : « Vera, je hebt kanker en ‘t ziet er niet goed uit, de prognose is slecht… » ik zou het er moeilijk mee hebben, ik zou terug eventjes van de kaart zijn, maar ik ben er van overtuigd dat ik al vlug op mijn bijbelvers zou terugvallen en daaruit de kracht zou putten om op een positieve manier verder te leven gedurende de tijd die me nog gegeven zou zijn.

De kwaliteit van leven is voor mij belangrijker geworden dan de kwantiteit.
Het is sowieso goed geweest.

Hoe kan het dat zo’n ervaring zo lang kan blijven nawerken ?

Doorheen deze ervaring en doorheen mijn verwerkingsproces, heb ik mensen ontmoet die me bleven steunen. Mensen die me aanvaardden zoals ik was, mensen die me ervan overtuigden dat ik de moeite waard ben. En daar begint alles.
Hoe kan een mens weer opbloeien ? Niet anders dan door gewoon te zijn wie je nu bent . Geknakt, geblutst, vol eigenaardigheden, gebreken en beperkingen…. Maar daaronder zit je zelf. Ik wens niet meer dat ik iemand anders was. Ik ben ik. Zo gaat God ook met ons om : Hij aanvaardt ons. Helemaal, volkomen. Punt. En daardoor groeien we.
In je eentje jezelf worden is een bijna onmogelijke opgave. Verbondenheid met mensen bij wie ik me veilig voel, waar ik me aanvaard en gesteund voel.. is heel belangrijk. In de steun van die mensen ontvang je ook een stukje steun en zegen van God.

Wie je bent en wie je mag worden, zit ‘m niet in uw prestaties, maar wordt je gegeven en is iets tussen God en jezelf.God kent ons en spreekt ons aan bij name (Jes. 43 :1). Hij gaat met ieder van ons Zijn eigen weg. We hebben voor Hem een eigen plekje in het grote geheel. Een plekje dat bij ons past. Paulus vergelijkt dat met een lichaam, waarin er oren, ogen, voeten en handen zijn. Belangrijk is nu : dat word je niet door iets speciaals te doen. Je bènt dat. Heel bijzonder en onvervangbaar. Zonder rangorde. Zo ziet God ons.

 

 

Deze pagina is bestemd voor jouw pennenvruchten of hersenspinsels, die je graag met anderen zou willen delen.
Je kunt ze per email aan mij doorgeven, door boven in het menu (aan de linkerkant van deze pagina) op de brievenbus te klikken.

 

HOME