|
NEDERIGHEID door Pastor Michel Meeuws (aflevering 27)
In één tekstgedeelte leren we drie belangrijke dingen.
Blijkbaar heeft Jezus iets met mensen die over het algemeen door de maatschappij niet de bovenste laag vertegenwoordigen. Tollenaars waren wel rijk, maar niet in aanzien. Blijkbaar is er een tweedeling aanwezig in de woorden; barmhartigheid en offerande. In principe is er niets mis met een offerande, tenzij die ongemeend is. Een offer dat je verricht enkel vanwege de symbolische waarde is meer een liturgisch element zonder de werkelijke waarde van het offer dat je brengt. Als ik iemand een offer kom brengen dan betekent dat heel wat voor mij, het is iets van mijzelf dat ik geef. Het woord barmhartigheid spreekt van een hart dat erbarmen kent, een hart dat pijn kan ervaren en meevoelen. Een hart dat spreekt en misschien ook wel schreeuwt. Deze zondaren konden daarvan meepraten, de Farizeeën toch minder. In hun ambitieuze bestaan lag de ratio meer voor de hand dan voor de gevoelens, tenzij de ratio zo enorm werd overschreden dat ze enorm emotioneel werden als het leek dat iemand duidelijk de wet van God aan het overtreden was, zoals in hun ogen Jezus maar al te vaak deed. Jezus sprak teveel met het hart. Ook in de politiek vandaag de dag kan dat gevaarlijk zijn. Bagatelliseren en compromissen sluiten is verstandiger dan je hart te laten spreken. Wie weet, wat mensen dan wel niet van je gaan denken. Of wie weet of de gedachten van je hart wel zo zuiver zijn zoals je probeert te doen voorkomen. Jezus nodigt ons uit om te komen zoals we werkelijk zijn. Zo bij elkaar lijken we dan wel een samengeraapt stelletje zondaren. Maar dat is dan precies wie we zijn. Alleen Hij kan van zo’n stelletje mensen iets moois maken. Waarom? Omdat het bewerkbaar klei is dat zich wil laten vormen. Heel iets anders dan koppig staal, dat zijn nek verhard bij alles wat ook maar in de buurt dreigt te komen. Onder wie schaart u zich? Blijf je je verharden, als een eenzaam mens dat bang is om geconfronteerd te worden met de spiegel van het leven? Of is er ook hoop voor u? Blij, dat er een God is die van u houdt, en die zegt: ‘Ik ken je, kom nou maar hier, en volg Mij.’
|