NEDERIGHEID

door Pastor Michel Meeuws

(aflevering 29)

 

Mattheüs 9:18-26

‘En terwijl Hij dit tot hen sprak, zie, een overste van de synagoge kwam tot Hem en viel voor Hem neer, en zei: Mijn dochter is zo juist gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven. En Jezus stond op en volgde hem met zijn discipelen. En zie, een vrouw, die reeds twaalf jaren aan bloedvloeiingen leed, kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan. Want, zei zij bij zichzelf, indien ik slechts zijn kleed aanraak, zal ik behouden zijn. Maar Jezus keerde Zich om, zag haar en zei: Houd moed, dochter, uw geloof heeft u behouden. En de vrouw was behouden van dat ogenblik af. En toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar van de schare zag, zei Hij: Ga weg, want het meisje is niet gestorven, maar het slaapt. En zij lachten Hem uit. Toen de schare weg was, ging Hij binnen en pakte haar hand en het meisje ontwaakte. En het nieuws hierover verbreidde zich in de gehele streek.’

 

Het wonderlijke van dit verhaal is dat er eigenlijk twee verschillende verhalen zijn met dezelfde boodschap. Twee mensen, een zéér geachte overste, en een minder geachte vrouw die onrein was vanwege de ziekte die zij had. Twee mensen die waarschijnlijk geen contact met elkaar hadden vanwege de enorme brug tussen hen in. Twee mensen, die beiden contact zochten met Jezus. Allebei met het laatste restje geloof van hun leven. De één die zojuist zijn dochter had verloren. De ander die al zolang ongeneselijk ziek bleek te zijn. Allebei doen ze ook het uiterste wat in hun vermogen lag wat voorbij de grenzen van het toelaatbare was. De overste knielt voor Jezus en gelooft in zijn opstandingskracht. De onreine vrouw raakt een rabbi aan van wie de heiligheid afstraalt. Trots en angst worden weggezet. Het is de wanhoop voorbij en…… Jezus bemoedigt en geeft gehoor aan hun verlangens, en geneest.

Het heeft mijzelf vaak verbaasd dat ik in deze passages meer naar het wonder keek dan naar de mens met het leed daarvoor. Welk leed kan een mens hebben voordat hij of zij uiteindelijk de stap naar Jezus waagt. In het ene geval pas bij de dood van een dochter, in het andere geval pas na twaalf jaar lijden.

Het verbaast mij dat mensen soms zo lang wachten voordat zij de stap durven te wagen om de confrontatie met Jezus aan te gaan. Vaak zijn juist trots en angst de elementen die je ervan blijven weerhouden om tot Hem te naderen. Totdat dat ene moment komt, zo gezegd - de wanhoop nabij.

Waarom zou een mens riskeren om naar Jezus te gaan als hij ‘sterk’ is? Er is immers niets aan de hand. Maar is dat zo? Zijn we toeschouwers die het allemaal maar gade slaan, of durven wij in onze nood ook naar Jezus te komen?

Matteüs 11:28 zegt: ‘Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven’.

 

 Nederigheid:

In je diepste nood al je trots en angst opzij zetten om Jezus zijn hulp te vragen.