NEDERIGHEID

door Pastor Michel Meeuws

(aflevering 25)

 

Mattheüs 8 : 28 - 34

‘Nadat Hij aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan. En zie, zij schreeuwden, zeggende: Wat hebt U met ons te maken, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons voor de tijd te pijnigen? Nu werd er ver van hen een grote kudde zwijnen gehoed. De boze geesten smeekten Hem en zeiden: Indien U ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen. En Hij zei tot hen: Gaat heen! Zij voeren uit en gingen in de zwijnen; en zie, de gehele kudde stormde langs de helling de zee in en zij kwamen om in het water. En de hoeders namen de vlucht en kwamen in de stad en berichtten alles, ook van de bezetenen. En zie, de gehele stad liep uit, Jezus tegemoet, en toen zij Hem zagen, drongen zij er bij Hem op aan hun gebied te verlaten.’

 

 

De genezing van de twee bezetenen valt tussen de verhalen in waarbij mensen van hun geloof in Jezus Christus getuigen. Tot zover zou het dus ‘slechts’ een menselijk ingrijpen van Jezus zijn geweest. Maar is dat zo?

Het blijkt dat Jezus de macht heeft over boze geesten. Deze boze geesten echter weten drommels goed wie Jezus is, wat Hij kan en wat Hij eventueel zal gaan doen. Ze hadden zich ook kunnen verschuilen maar ze worden als het ware door angst gedreven om te weten te komen wat Hij met hen van plan is. Duidelijk is dat Jezus bijna niets anders zegt dan: Gaat heen.

Deze boze geesten waren gewend om in een bepaalde autoriteit mensenlevens kapot te maken maar om ook zelf weer ondergeschikt te zijn aan anderen. Als boze geesten de macht van Jezus erkennen en beseffen, waarom doen wij dat zo vaak dan niet? Heeft het te maken met onze Westerse wereld waarin de ratio al het geestelijke heeft weggemoffeld? Alhoewel, je ziet dat verhalen over heksen en machten (zoals Harry Potter) steeds meer aandacht krijgen in onze samenleving. Kennelijk is de drang naar het bovengeestelijke nog steeds aanwezig. De mens is immers méér dan een lichaam alleen.

Christenen die zich bezig houden met de geestelijke realiteit worden vaak ‘overgeestelijk’ genoemd. Als je je echter daarmee niet wilt bezighouden word je weer als ‘te nuchter’ bestempeld.

De vraag echter die ons n.a.v. dit verhaal moet bezighouden is of wij onszelf ook in de autoriteit van Jezus willen plaatsen. Of wij, als we onszelf als volgelingen van Jezus zien, ons nog meer beseffen dan deze boze geesten wie Jezus is, wat Hij kan en wat Hij gaat doen. We zouden dan niet reageren zoals deze boze geesten maar we zouden ons meer gaan realiseren met welke God we hebben te maken.

 Nederigheid:

O Heer, leer ons beseffen wie U bent. Al zouden we het slechts ten dele gaan begrijpen, hoe veel te meer zouden we dan beseffen wie U bent en wat U kan. Als wij Uw grootheid gaan begrijpen, begrijpen we misschien iets meer wie wij zijn in U.