NEDERIGHEID
(aflevering
11)
|
Mattheüs 6
: 5 - 15
En wanneer gij
bidt, zult gij niet zijn als de huichelaars, want zij staan gaarne in de
synagogen en op de hoeken der pleinen te bidden, om zich aan de mensen
te vertonen. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij,
wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw
Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal
het u vergelden. En gebruikt bij uw bidden geen omhaal van woorden,
zoals de heidenen; want zij menen door hun veelheid van woorden verhoord
te zullen worden. Wordt hun dan niet gelijk, want God uw Vader weet, wat
gij van node hebt, eer gij Hem bidt. Bidt gij dan aldus: Onze Vader die
in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil
geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden ons
dagelijks brood; en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven
onze schuldenaren; en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van
de boze. Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in
der eeuwigheid. Amen. Want indien gij de mensen hun overtredingen
vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen
niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.

|
Jezus leerde de
mensen een nieuw gebed. Blijkbaar was er vernieuwing nodig in hun
religieuze wereld waarin gebed niet onbekend was. Hij moest een contrast
aangeven door een gebed te geven die niet op de hoeken van de straten
diende te worden opgezegd. Een gebed die juist in de binnenkamer van
onmetelijke kracht kan zijn. Natuurlijk kan dit gebed ook in de gemeente
gebeden of gezongen worden maar Jezus wilde vooral aangeven hoe er niet
gebeden moest worden. Het 'Onze Vader' is een gebed dat vooral twee
dingen aangeeft: 1. God is groot. 2. Wij zijn afhankelijk van Hem. Hij
is in de hemelen, zijn Naam wordt geheiligd, zijn koninkrijk komt, en
zijn wil geschiedt, overal. Want van Hem is het koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Overal en voor altijd! Over onze
afhankelijkheid wordt gezegd: dat niet onze wil geschiedt, dat wij brood
nodig hebben, dat we verzocht kunnen worden en dat we verlost van de
boze moeten worden. Het is het gebed van de grootheid van God en de
afhankelijke mens.
|
Nederigheid:
U bent groot en ik ben van U afhankelijk. Mogen de woorden van mijn mond
en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o Here, mijn rots
en mijn verlosser. (Psalm19:14)
|


|