NEDERIGHEID
(aflevering
12)
|
Mattheüs 6
: 16 - 18
'En wanneer gij
vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij
maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen,
wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar
gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw gelaat, om u niet bij uw
vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het
verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u
vergelden.'

|
Het is een machtige
woordspeling, jezelf ontoonbaar maken om zodoende jezelf te vertonen. In
onze wereld vandaag de dag is het echter zo dat je je gezicht en je hele
verschijning vertoonbaar moet maken om je zo aan mensen te vertonen. De
uiterlijkheid wordt steeds meer belangrijker gevonden en daardoor gaan
mensen zich steeds meer onzekerder voelen omdat de competitiestrijd
steeds grimmiger wordt. Kijken mensen nog wel naar me, vinden ze me nog
wel aantrekkelijk, zien ze mij nog staan? Het vreemde is dat in een
grote groep mensen er velen zijn die deze gedachten met elkaar delen. Nu
was zo'n competitiestrijd ook gaande in Jeruzalem. Alleen ging daar de
hoofdprijs naar degene die het meest serieuze gezicht en de meest
heilige vertoning kon maken. En o wee als er iemand buiten de heilige
boot viel. Je werd meteen veroordeeld als een zondaar en je werd voedsel
voor hun oordeel. Jezus heeft het met zijn leer dus niet makkelijk gehad
temidden van dat ontaard geslacht, zoals Hij dat zelf noemde. Ontaard
van de vrijheid om God met geheel je hart, ziel en kracht te aanbidden,
in plaats van met een vroom gezicht. God vraagt van ons dat we ons
gezicht vertoonbaar moeten maken om ons aan Hem te vertonen. Hij die in
ons hart kan kijken wil de juiste relatie zien met wat op ons gezicht
verschijnt. Vasten heeft te maken met je geloofsleven, dat is iets
persoonlijks. Dat is iets tussen jou en God, en daar hoort komedie niet
thuis, daar prikt God toch wel doorheen.
|
Nederigheid:
Dank U Heer dat ik bij U helemaal mezelf mag zijn. Dat ik niet als een
marionet aan uw touwtjes gehoor hoef te geven maar dat ik mag zijn wie
ik ben in U, hoe ik mij ook voel. Nederigheid vindt zijn plaats als ik
mij niet anders voordoe dan dat ik ben.
|


|