|
Mattheus 5 :
17 - 48
Meent niet, dat Ik
gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen
om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de
hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan
van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan één van de kleinste
dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zéér klein heten in
het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot
heten in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw
gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en
Farizeeën zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet
binnengaan. Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet
doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht. Maar
Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal
vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal
vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het
hellevuur. Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar
herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, voor
het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer
daarna uw gave. Wees vriendelijk jegens uw tegenpartij, tijdig, terwijl
gij nog met hem onderweg zijt, opdat uw tegenpartij u niet aan de
rechter overlevert en de rechter aan zijn dienaar en gij in de
gevangenis wordt geworpen. Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar voorzeker
niet uitkomen, voordat gij de laatste penning hebt betaald. Gij hebt
gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een
ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart
reeds echtbreuk met haar gepleegd. Indien dan uw rechteroog u tot zonde
zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, want het is beter voor u,
dat één uwer leden verloren ga en niet uw gehele lichaam in de hel
geworpen worde. En indien uw rechterhand u tot zonde zou verleiden, houw
haar af en werp haar van u; want het is beter voor u, dat één uwer
leden verloren ga en niet uw gehele lichaam ter helle vare. Er is ook
gezegd: Al wie zijn vrouw wegzendt, moet haar een scheidbrief geven.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die zijn vrouw wegzendt om een andere reden
dan ontucht, maakt, dat er echtbreuk met haar gepleegd wordt; en al wie
een weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk. Wederom hebt gij gehoord, dat
tot de ouden gezegd is: Gij zult uw eed niet breken, doch aan de Here uw
eden gestand doen. Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de
hemel niet, omdat hij de troon van God is; bij de aarde niet, omdat zij
de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad van
de grote Koning is; ook bij uw hoofd zult gij niet zweren, omdat gij
niet één haar wit kunt maken of zwart. Laat het ja, dat gij zegt, ja
zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze. Gij
hebt gehoord, dat er gezegd is: Oog om oog en tand om tand. Maar Ik zeg
u, de boze niet te weerstaan, doch wie u een slag geeft op de
rechterwang, keer hem ook de andere toe; en wil iemand met u rechten en
uw hemd nemen, laat hem ook uw mantel; en zal iemand u voor een mijl
pressen, ga er twee met hem. Geef hem, die van u vraagt, en wijs hem
niet af, die van u lenen wil. Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij
zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u:
Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen
zult zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon
opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en
onrechtvaardigen. Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat voor
loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde? En indien gij
alleen uw broeders groet, waarin doet gij meer dan het gewone? Doen ook
de heidenen niet hetzelfde? Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw
hemelse Vader volmaakt is.

|