LAAT DE KINDEREN TOT MIJ KOMEN
Zo stil
en koud
zo klein en lief
zo mooi, zo zacht
mijn hartedief.
Geen
recht van bestaan
geen enkele hoop
ik zoek naar leven
maar vind de dood.
Ik bid
tot God
en roep Hem aan:
"O Heer, waarom?
wie heeft dit gedaan?"
Ik kijk
omhoog
hij is niet dood!
want ik zie God
met mijn kind op schoot.
|