Geen plaats

Geen plaats om hun hoofd te ruste te leggen
geen eigen huis en ook geen haard
alleen maar kou en bittere armoe
oorlog, gevoed door intense haat.

Een wereld die brandt, niet van vurige liefde
maar van moord en van doodslag, misvormd door geweld.
Wanneer toch o Heer, maakt U recht wat krom is
wordt vloek weer tot zegen, geluk weer geteld?

Wanneer toch o Heer, kunnen kinderen weer spelen
wanneer spreekt U recht daar waar onrecht regeert?
Waarom toch o Heer, wordt er zoveel geleden
waarom wordt het goede niet meer geleerd?

Wanneer grijpt U in Heer, U hebt er de macht voor
één knip met Uw vingers en de wereld draait om.
Geen mens kan dan nog voor het kwade kiezen
wacht toch niet langer, kom Jezus, kom!

 

 

IEMAND
Soms kan het ons zo intens benauwen,
wat er om ons heen en ook in ons eigen leven allemaal gebeurt.
Het lijkt dan wel of het aan God voorbijgaat.
Maar niets is minder waar.
God weet als geen ander waar we door heen gaan.
Hij weet dat ons leven soms een woestijn lijkt of een wildernis.
Hij loopt immers zelf naast ons?
En aan die wetenschap mag jij je vastklampen.
Als Jezus jouw Anker is, dan kun je in geen enkele storm ten onder gaan.